Informatie- en Expertisecentrum

RIEC-LIEC

2. Samen kiezen en sturen

Het moet duidelijk zijn wie knopen doorhakt en wie er aan de knoppen draait in het integrale proces. Omdat de aanpak van de criminele industrie meerdere niveaus raakt (lokaal/regionaal/nationaal), zullen ook op meerdere niveaus afspraken gemaakt moeten worden. Bij de totstandkoming van de Nationale Politie per 1 januari 2013 is enkel een lokale driehoek (burgemeester, officier van justitie en politie) formeel, wettelijk geregeld. De nieuwe wet voorziet niet in een driehoek’s overleg op andere niveaus binnen de regionale eenheid. Het is aan de regio zelf om daar op het gewenste schaalniveau verdere invulling aan te geven.

Voor wat betreft de geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit wordt verwacht dat bestuurlijke vertegenwoordigers van in ieder geval de politie, het OM, het bestuur en de Belastingdienst zich zodanig organiseren dat zij de leiding en de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor die aanpak in de regio. Hierbij ligt het voor de hand dat de regioburgemeester (tot januari 2013: korpsbeheerder) , de politiechef (tot januari 2013: korpschef) de hoofdofficier van justitie en de directeur van de Belastingdienst een belangrijke rol spelen in een dergelijke Stuurgroep. Ook bestuurlijke vertegenwoordigers van andere organisaties kunnen hierbij aansluiten. De Stuurgroep stelt een agenda op voor de samenwerking in de regio. De agenda bestaat uit een fenomeengerichte en/of subjectgerichte aanpak waarbij wordt uitgegaan van de lokale en landelijke prioriteiten die zijn opgenomen in een regionaal beleidsplan. In dit regionaal beleidsplan neemt de geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit een prominente plaats in. Ten aanzien van de agenda formuleert de Stuurgroep doelstellingen.

De Stuurgroep zorgt voor de inrichting van een integraal overleg op regioniveau. Hierin zijn in ieder geval de politie, het OM, het bestuur en de Belastingdienst vertegenwoordigd. In dit overleg beslissen de deelnemende partners (op tactische/operationeel niveau), onder verantwoordelijkheid van de Stuurgroep, over de aanpak van concrete casuïstiek. De concrete casuïstiek komt via het RIEC op de agenda: vanuit de rol van het RIEC als Informatieplein, adviseert zij dit integraal overleg over mogelijke interventiestrategieën. Zie hiervoor ook onderdeel A ‘Opbouwen gezamenlijke informatiepositie’.

Zoals eerder aangegeven, zal er mogelijk op meerdere niveaus dan het regionale een Stuurgroep gevormd moeten worden dat als ‘gezagsknooppunt’ voor de geïntegreerde aanpak fungeert en onder wiens verantwoordelijkheid de partners concrete casuïstiek integraal aanpakken. Het is aan de regio zelf om hier verder invulling aan te geven. Feit is dat de verschillende niveaus in de regio met elkaar verbonden moeten zijn, dat goede afspraken moeten worden gemaakt over vertegenwoordiging, over op- en afschaling en dat de verbinding met het nationale niveau georganiseerd zal moeten zijn.