Informatie- en Expertisecentrum

RIEC-LIEC

Visie en strategie

Aanpak daders en industrie

Een effectief antwoord van de overheid is gericht op verslechtering van het criminele ondernemersklimaat in Nederland. Het is zowel gericht op het opsporen en vervolgen van de daders, als op de verstoring van de gelegenheidsstructuren en het afbreken van economische machtsposities van criminelen en hun facilitators. Een effectieve aanpak van de criminele industrie richt zich op:

  • het afbreken van (economische) machtsposities van criminelen en hun netwerken in onder- en bovenwereld, door de focus te leggen op het aanpakken van hun vermogensposities, vitale faciliteiten, facilitators, en logistieke voorzieningen en processen;
  • het bestrijden van misbruik van legale economische en juridische (overheids-) voorzieningen voor investeringen van crimineel vermogen en het ontplooien van criminele activiteiten door het zichtbaar maken van de kwetsbare plekken in de legale infrastructuur, het opwerpen of versterken van barrières en het aanpakken van misbruik van rechtspersonen.

Er zijn twee randvoorwaarden om een effectieve aanpak te realiseren. Op de eerste plaats vraagt dit om een geïntegreerde inzet van alle mogelijkheden die de overheid op preventief en repressief terrein heeft. Op de tweede plaats om een gedegen inzicht in het fenomeen georganiseerde criminaliteit. Een effectieve overheid kent de indicatoren en verschijningsvormen van de georganiseerde criminaliteit en heeft haar antennes voor ‘niet-pluis-signalen’ en de verwerking ervan binnen al haar sectoren en tot op het lokale niveau geactiveerd.

Georganiseerde overheid versus georganiseerde criminaliteit

**

De noodzaak tot optreden als één georganiseerde overheid tegen de georganiseerde criminaliteit wordt inmiddels breed onderschreven. Dat is goed nieuws, want nog maar een aantal jaren geleden was dit bepaald geen gemeengoed. Een consequente toepassing van de geïntegreerde aanpak is een uitdaging voor alle deelnemende partijen. De verschillen in taken, verantwoordelijkheden, werkwijzen en bedrijfsculturen en het gebrek aan wederzijdse kennis daarover zijn vaak nog (te) groot. Maar de burger ziet ons als ‘de overheid’ en dat zal onze samenwerking ook moeten uitstralen. Samen moeten we ons verantwoordelijk voelen én tonen voor het te bereiken effect in de samenleving. Dat vraagt ons om soms inspanningen te leveren die erop gericht zijn een andere partner in een scoringspositie te brengen zonder dat dit leidt tot een ‘streepje op het eigen scorebord’. Samenwerken is ook samen keuzes maken, ongevraagd en proactief meedenken met de andere partij, samen tegenslagen overwinnen en samen successen vieren. Het realiseren van de vereiste veranderingen in culturen en werkwijzen om tot een succesvolle geïntegreerde aanpak te komen is vooral afhankelijk van effectief leiderschap en adequate randvoorwaarden en hulpstructuren.

Hoe realiseren we die succesvolle geïntegreerde aanpak in de praktijk? Deze Leidraad moet daarbij helpen. Het geeft een kader waarbinnen iedere deelnemende partner zijn rol zal moeten voelen, pakken en uitvoeren. Daarnaast schetst de Leidraad opties voor de praktische invulling daarvan. Maar de Leidraad is meer. De Leidraad geeft een visie op de geïntegreerde aanpak. Het beschrijft hoe we kijken naar de doorontwikkeling van deze aanpak bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en het effect dat we samen willen bereiken.

Integraal tenzij

**

Een overheid die zich beperkt tot de inzet van strafrechtelijke instrumenten zal de macht en invloed van de ondermijnende criminaliteit niet afdoende kunnen verstoren en indammen. Een effectieve overheid is in staat tot het geïntegreerd inzetten van al haar bestuurlijke, strafrechtelijke, fiscale en privaatrechtelijke instrumenten. De geïntegreerde aanpak is daarom uitgangspunt bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en wordt toegepast op basis van het principe “integraal tenzij”. Een uitzondering kan slechts gebaseerd zijn op bijzondere omstandigheden, zoals een hoog afbreuk- of veiligheidsrisico. In die bijzondere situaties dat mono-disciplinair wordt gestart, gaat het echter eveneens om het realiseren van een zo effectief mogelijke interventie en dit vraagt om verbreding naar een integrale aanpak zodra de omstandigheden dit toelaten.

De overheid, op alle niveaus, ziet de uitbreiding en de versterking van de geïntegreerde aanpak als prioriteit. De laatste jaren is veel ervaring opgedaan, bijvoorbeeld in het Project Emergo in Amsterdam en in het (nog lopende) project van de TaskForce B5 in Brabant. Deze ervaringen moeten omgezet worden in structurele voorzieningen. De geïntegreerde aanpak moet geborgd worden en bestendig worden gemaakt; de tijd van projecten is voorbij. Door de samenwerkende organisaties zijn gemeenschappelijke uitgangspunten gezocht die voor de borging van de geïntegreerde aanpak noodzakelijk zijn. Deze uitgangspunten zijn op alle schaalniveaus voor de betrokken overheidspartners de basis voor samenwerking bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit:

  • De samenwerking is gericht op de meest effectieve inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten ten behoeve van de aanpak van ondermijnende criminaliteit.
  • De geïntegreerde aanpak wordt bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit toegepast op basis van het principe “integraal, tenzij”. Een mono-disciplinaire aanpak is uitzondering.
  • De geïntegreerde aanpak dient er niet toe om bepaalde onderdelen van de keten te ontlasten maar om het geheel van preventie, controle/ toezicht, opsporing en vervolging, te versterken.
  • Binnen de geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit ligt het accent op de aanpak van drugscriminaliteit, witwassen/vastgoed, mensenhandel- en smokkel en milieucriminaliteit (landelijke thema’s). Daarnaast is er ruimte voor regionale prioriteiten.
  • Bij de geïntegreerde aanpak is altijd aandacht voor het afpakken van crimineel vermogen.
  • Iedere partner blijft verantwoordelijk voor de inzet van de eigen instrumenten.